![]() |
||
| Home | VGV | Projecten | Nieuwsbrief | Donaties | Anneke's Stekje | Archief | Gastenboek | Privacy | Contact | ||
| ||
Anneke's StekjeGrasmatras in DargheOp het terrein van het busstation van Addis Abeba gonst het van leven. Honderden mensen zijn op zoek naar de juiste bus, bedelaars beloven je de zegen van God als je hun wat geeft en talloze kinderen willen je kauwgom en papieren zakdoekjes verkopen. Zawditu en ik vinden een bus die er van buiten redelijk uitziet. We gaan naar Darghe, een plaatsje een dag reizen ten zuidwesten van Addis Abeba. Zawditu heeft me er al veel over verteld. Ze heeft in Darghe haar tweede kleuterschool opgezet, waar ze aan 70 kinderen onderwijs, voeding en medische zorg biedt. In haar school in Addis Abeba doet ze hetzelfde voor 100 kinderen. Beide projecten zijn voor de startfase gesponsord door de Amerikaanse ambassade. Darghe ligt in de Gurage-zone. In het kleurrijke mozaïek van de ruim 70 bevolkingsgroepen die Ethiopië rijk is, staan de Gurage bekend als hardwerkende, positief ingestelde mensen, met handelsgeest en doorzettingsvermogen. Zawditu is ook een Gurage en in de weken dat ik nu met haar samenwerk, heb ik gezien dat zij deze kwaliteiten in ruime mate bezit. Na lang wachten is de bus vol en kunnen we vertrekken. Een vriendelijke man staat erop dat we zijn plaats voorin de bus nemen, daar zit je namelijk iets beter. Telkens opnieuw ben ik geraakt door de hartverwarmende zorgzaamheid en hulpvaardigheid van de Ethiopiërs. Buiten de stad wordt het landschap steeds mooier en groener. De contouren van de bergen vervagen door de stijgende hitte. De dorpjes met hun rieten hutten zien er van een afstand idyllisch uit, maar je kunt zien dat het tijd wordt dat het gaat regenen. We veroorzaken enorme stofwolken als we de weg af moeten omdat er aan gewerkt wordt; een karwei waar je in deze temperaturen respect voor mag hebben! In Wolkite verlaten we de bus om het laatste stuk met een jeep te gaan. De jeep ziet eruit als een afgebeulde ezel, die teveel lasten te dragen heeft gehad. We schatten hem op 50 jaar! Per dag gaat er maar een auto naar Darghe, dus dat wordt inschikken. Zonder morren gaan er zeker 20 mensen in de oude jeep. Zawditu en ik zitten, alweer, voorin, naast de chauffeur, die nog net z'n pookje bewegen kan. Zo volgeladen en dicht op elkaar gepropt te zijn geeft ogenblikkelijk een gevoel van saamhorigheid. Het wordt een gezellige rit door een prachtig landschap en de chauffeur doet z'n best om de kuilen te ontwijken, want hij wil dat ik goede herinneringen aan Ethiopië heb. Ongewild geeft hij me er een als we over een brug van houten balkjes rijden. In de diepte is een riviertje zichtbaar en ik hou even mijn adem in. Als we veilig aan de andere kant zijn gekomen, komt de auto vanzelf tot stilstand. Al gauw blijkt dat we door het gerammel op de brug de contactsleuteltjes zijn verloren! Aangezien de bodem van de jeep gaten vertoont, is de kans nihil dat we ze terugvinden. Met enige inventiviteit worden er wat draadjes aan elkaar geprutst en pruttelt het weer onder de motorkap! Warm en stoffig, maar tevreden komen we in Darghe aan, waar niet vaak blanken komen en de mensen nieuwsgierig naar me kijken. Voor zonsondergang kunnen we nog net een rondgang door het dorp maken. De sfeer is vriendelijk en gemoedelijk. Maar de levensomstandigheden zijn bijzonder moeilijk. Er is geen elektriciteit en geen telefoon. Zawditu laat me de waterput zien, waar rijen mensen staan te wachten tot ze aan de beurt zijn. Tot diep in de nacht wordt er water opgepompt, er is maar 1 put voor het hele dorp, dat 10.000 mensen telt. De mensen leven van landbouw, zoals het merendeel van de bevolking van Ethiopië. Het dichtsbijzijnde ziekenhuisje ligt 20 kilometer verderop, maar het vervoer is die ene auto per dag. In de regenperiode is het dorp soms weken onbereikbaar en malaria is dan een probleem. Er is 1 lagere school, waar de kinderen in 2 ploegen naar toe gaan. De mensen zijn erg blij met de kleuterschool, nu krijgen de kinderen de noodzakelijke ondergrond om de lagere school te kunnen volgen. De school van Zawditu valt op omdat het het enige gebouwtje is dat een vrolijke kleur heeft. Het is mooi gelegen, met uitzicht op een dal. Er zijn 2 klaslokalen en een ruimte die dienst doet als kantoor. Ik maak kennis met 2 onderwijzers, die in de school wonen en in de kantoorruimte achter een gordijn op de grond slapen. De school bestaat nu een half jaar en is duidelijk in de beginfase. Er is nog veel nodig, zoals meubilair, schriften en lesmateriaal. Ik ben onder de indruk van de motivatie van deze mensen om onder dermate moeilijke omstandigheden hier iets op te bouwen. Als ik mijn waardering daarover uit, reageren ze heel bescheiden. Met een van de leerkrachten zit ik even later buiten naar het dal te kijken waar een groep apen aan het spelen is. Er zijn veel kleintjes bij, die met opgeheven staarten rondrennen. De omgeving is prachtig en behalve apen zijn er ook veel kleurrijke vogels. In het riviertje beneden komen soms krokodillen voor en bij hoog water af en toe een nijlpaard. We zitten stilletjes een tijd naar de dieren en het landschap te kijken. In tegenstelling tot Addis Abeba, waar de drukte en de vervuiling tot een bijna ontoelaatbaar niveau zijn opgelopen, krijg ik in deze omgeving weer het Afrikagevoel en ben ik er helemaal thuis. Als we in het donker terugkomen bij het schooltje, heeft Zawditu de grasmatras buiten gelegd. We nestelen ons erop en onder het genot van een flesje mineraalwater bespreken we de mogelijkheden voor verder sponsoring voor deze school. Lang praten doen we niet meer. De alomtegenwoordige stilte en de immens heldere sterrenhemel doen hun werk en laten zelfs het lawaai van de krekels in het niets verdwijnen. Addis Abeba, 15 maart 2000 |
||
| Copyright © 2000-2008 Stichting Meskerem |