![]() |
||
| Home | VGV | Projecten | Nieuwsbrief | Donaties | Anneke's Stekje | Archief | Gastenboek | Privacy | Contact | ||
| ||
Anneke's StekjeEen uitstapje regelenNu mijn samenwerking met de projecten in Addis Abeba vorm begint te krijgen, heb ik me voorgenomen in de weekenden eens wat meer buiten de stad te zijn om de natuur op te zoeken. Dit weekend ga ik naar Nazareth, een plaats ten oosten van de hoofdstad, waar ik al twee jaar een leuk kontakt heb met een groep jongeren van een kindertehuis. We zullen ook iets gaan ondernemen en de groep heeft na langdurig overleg op democratische wijze besloten dat we naar het zuiden gaan, naar een meer met veel krokodillen en nijlpaarden. Ik vind het fijn dat het hen gelukt is om zelf met een plan te komen, dat zijn ze niet zo gewend. De manager van het tehuis belt me op met de vraag of ik in Addis Abeba even de toestemming wil regelen; bij het meer is nl. een dam en dat is in deze politiek instabiele tijden een kwetsbaar object. Zelf heeft hij in Nazareth al bij verschillende bureaux z'n best gedaan, om uiteindelijk verwezen te worden naar de hoofdstad. Hij geeft me een telefoonnummer en een naam van de betreffende persoon, de heer D. en legt me uit waar ik het kantoor van het elektriciteitsbedrijf, dat de dam beheert, kan vinden. Addis Abeba kent geen straatnamen, dus leg je iemand de weg uit door middel van "tegenover dit" en "naast dat". Overigens heb ik hierdoor de stad heel snel in beeld gekregen! Natuurlijk wil ik het regelen en ik beloof hem dat het in orde komt. Het telefoonnummer klopt niet, dus zoek ik het kantoor van de electriciteitsmaatschappij. Daar aangekomen word ik verwezen naar een ander gebouw, de heer D. zit nl. in het hoofdgebouw. Gelukkig kan ik dat makkelijk vinden. Ik krijg een persoonlijke begeleider mee, die me door allerlei binnenplaatsen loodst, waar honderden oude generatoren opgeslagen staan. Het hoge gebouw waar we de heer D. moeten vinden is hol en leeg. Op de vierde verdieping is een kamer met dossiers en daar moet de man die ik zoek ook zijn. Van achter de dossiers kijkt een vrouw me verbaasd en achterdochtig aan. Wat kom ik als blanke doen bij het elektriciteitsbedrijf? Ik leg haar het verhaal van het uitstapje met het kindertehuis uit en vraag naar de heer D. die me de noodzakelijke toestemming zal geven hiervoor. Haar ogen achter de enorme brillenglazen krijgen een troebele blik. De heer D. is het land uit; hij is naar Zweden. En door de manier waarop ze dit zegt, krijg ik het gevoel dat de heer D. ook nooit meer terug zal komen. Ze buigt zich alweer over haar dossier, maar ik moet haar toch storen, want hoe kom ik nu aan de toestemming? Heeft u een brief bij u met de namen van alle kinderen en een stempel van de direkteur van her kindertehuis? Dat heb ik niet. Geïrriteerd door zoveel onwetendheid legt ze me uit dat ik een verzoek moet schrijven naar het hoofdkantoor en daar zal m'n aanvraag in behandeling worden genomen. Het hoofdkantoor? Maar dit is toch het hoofdkantoor? Ja, maar ik moet naar een ander hoofdkantoor, aan de andere kant van de stad. Met tegenzin geeft ze me een telefoonnummer en een naam mee van de heer K. en kan ik gaan. Als ik de trappen weer afdaal moet ik denken aan de boeken van Kafka, waarin hij zo treffend de sfeer beschrijft van een verlammende burocratie. Maar, ik had het kunnen weten! Ook voor het verkrijgen van een postbus en een bankrekening moet je een schriftelijk verzoek en zelfs een pasfoto indienen en word je van het kastje naar de muur gestuurd. Voor de bankrekening heb ik drie gebouwen, 12 loketten en twee dagen nodig gehad; ik hoop echter dit nu toch wel in een dag rond te krijgen. Inmiddels ben ik al vier uur bezig voor het goede doel en heeft het kantoorpersoneel nu lunchpauze, dus kan ik in die tijd mooi mijn moeder een verjaardagsmail sturen. Als ik bij het bureautje aankom waar ze computer en internetgebruik op commerciele basis aanbieden, is het bureautje open, maar alle computers uit. Het blijkt dat wegens een speciale maatregel van de overheid dit deel van de stad vandaag geen stroom heeft. Helaas, geen e-mail en ook, om dezelfde reden, geen lekkere koffie bij het naburige cafeetje. Na enige tijd bel ik het gekregen nummer, dat een privenummer blijkt te zijn. Via de telefoniste van de telecommunicatie krijg ik drie nieuwe nummers. Een ervan is goed en het blijkt dat ook de heer K. bestaat, want hij is nog steeds met lunchpauze. De stem aan de andere kant weetniet of hij vandaag nog terugkomt en nee, er is niemand anders die ik kan spreken. Na een half uur bel ik weer en ben vastbesloten dat het nu moet lukken! Als ik de heer K. vertel dat ik een toerist uit Nederland ben en met een stem vol medelijden vervolg dat ik die arme wezen van het kindertehuis een leuke dag wil bezorgen bij de nijlpaarden en de krokodillen, laat hij z'n aanvankelijke eisen vallen. Ik mag morgen de namen van de 33 kinderen op een blaadje zonder briefhoofd komen schrijven en een stempel van het tehuis heb ik ook niet meer nodig. Hij wenst me zelfs een prettige dag. Ik ben inmiddels al blij dat ik geen 33 pasfoto's hoef aan te leveren en de volgende ochtend ga ik vol goede moed op stap. Op de namenlijst komt inderdaad een interessant stempel van de hoogste baas en een krabbeltje in het Amhaars. Blij nu klaar te zijn herhaal ik nog even de belofte van gisteren: hiermee kunnen we dus ongestoord het gebied betreden? Maar dit is wel een heel domme constatering! Met het papier moet ik naar het kantoor van gisteren, daar zullen ze me de verdere toestemming geven. Aha......! en dan is het in orde? Maar natuurlijk, geen enkele probleem. Anderhalf uur later ben ik weer op vertrouwd terrein, waar een hooggeplaatst persoon me uitlegt, dat het gehele papier eerst vertaald moet worden in het Amhaars. Dit is allemaal voor mijn eigen bestwil, want de bewakers van het meer zullen het zo niet begrijpen. Misschien kan ik morgen terugkomen, dan zorgt hij ervoor dat het vertaald is. Ik doe moeite om mijn adrenaline onder controle te houden en vertel hem dan dat ik de uitgebreide controlemaatregelen ten zeerste waardeer, per slot van rekening zijn er problemen met het buurland. Maar ik verzeker hem dat we met een groep onschuldige kinderen alleen naar de beestjes gaan kijken en ach meneer, deze kinderen hebben al geen ouders en komen nooit ergens en ze hebben zich er zo op verheugd om morgen te gaan en weet u, zo'n vertaling zou fantastisch zijn, maar helaas heb ik zo een zeer belangrijke afspraak op de ambassade en kan ik helaas niet meer terugkomen om de brief op te halen. Zou het niet mogelijk zijn om toch nu op deze brief, die al een stempel heeft, ook uw stempel te zetten? De man is niet onmogelijk en geroerd door het verhaal van de arme wezen, ja ja, dat is me toch wat. Vooruit, ik krijg z'n toestemming. Dus zo is het in orde? Hiermee is nu alles rond? Hij belooft me de autoriteiten in Nazareth van ons bezoek op de hoogte te brengen en als ik warm afscheid neem, fluistert hij me nog toe dat we wel allemaal ons identiteitsbewijs mee moeten nemen! Addis Abeba, 31 maart 2000 |
||
| Copyright © 2000-2008 Stichting Meskerem |