[logo]
[line]
Home | VGV | Projecten | Nieuwsbrief | Donaties | Anneke's Stekje | Archief | Gastenboek | Privacy | Contact
[line]
Vorige: "Culture is a chain", op bezoek bij de Hamar Volgende: Koenietsja

Anneke's Stekje

Vrijdag de dertiende

Het politiebureau ziet er verwaarloosd en armoedig uit. In het plafond zitten grote gapende gaten, de tafels die als bureau dienst doen zijn verveloos en stoffig en overal ligt materiaal opgeslagen waarvan je je afvraagt waarom dat op het politiebureau ligt. Stoelen, een oude bank,afvalhout.Op de bureaus liggen stapels dossiers en aan de muur hangen grote vellen papier waarop honderden pasfotoos bevestigd zijn van voornamelijk mannen.

De gezichten die ons aanstaren zijn zonder uitzondering uitdrukkingsloos. Ze hebben een starre en lege blik. Als dit de gearresteerden zijn, kijken zij in een toekomst die niet veel goeds voorspelt. Het politiebureau mag dan een chaos zijn, de politiemannen zien er keurig uit in hun smetteloze, gesteven kaki pakken. Ze stralen een autoriteit uit, waar je rekening mee dient te houden. Hun glanzende kalasjnikovs onderstrepen nog eens duidelijk welke plaats zij in de maatschappij innemen. Mary en ik zijn hier naar toe gekomen om aangifte te doen. Aangifte van een aanranding. Aanvankelijk wilden we niet komen, omdat we er niet veel van verwachtten. Maar onder druk van de omgeving hebben we toch ingestemd. De hele buurt weet wat er gebeurd is en iedereen is verontwaardigd en schaamt zich voor het gedrag van de man die Mary heeft lastig gevallen. De man moet aangepakt worden en de politie zal het hoog opnemen, zo verzekert men ons.

Mary vertelt haar verhaal aan de chef van het politiebureau. Over hoe zij is overrompeld door de man en zich los heeft moeten vechten. Over hoe zij zich nu onveilig voelt op straat en bang is hem weer tegen te komen. We hebben een vertaler meegenomen, die erg meeleeft met haar verhaal. De emoties vliegen over zijn gezicht en het is duidelijk dat hij de aanrander graag zelf onder handen zou willen nemen. Ook bij de chef zijn de emoties duidelijk zichtbaar. Alleen zijn deze van een andere orde. Hij geniet van het verhaal en zijn ogen glijden over Mary?s lichaam. Hij probeert zijn lach achter zijn hand te verbergen en geeft uiteindelijk opdracht de aangifte op papier te laten stellen.

Gezien zijn opstelling twijfelen we aan het nut hiervan, maar onze vertaler smeekt ons bijna het wel te doen. Alsjeblieft, alsjeblieft, zonder een verklaring op papier gebeurt er helemaal niets! En met een verklaring , vragen we hem. Dan komt het op de rechtbank, zegt hij stellig.

De man die kan schrijven, bevindt zich op 100 meter afstand van het politiebureau. Hij zit buiten op een stoel, voor het buurtwinkeltje en heeft een blocnote en carbonblaadjes op schoot. Onze vertaler vertelt hem wat hij op moet schrijven. Het is opeens heel druk bij het winkeltje, veel mensen doen een klein boodschapje en luisteren mee. Het aangifteverhaal ligt letterlijk op straat. Wij vinden dat niet prettig, maar onze vertaler legt uit dat het niet erg is. Alle mensen die ons omringen, komen aangifte doen en we mogen het allemaal van elkaar horen.

De keurig geschreven aangifte wordt in een knalroze dossiermap gestopt, we moeten betalen voor het papier en dan kunnen we terug naar het politiebureau. De chef staat ons al op te wachten. Nu wordt het toch echt serieus.

Wij moeten mee naar het huis van de man, we gaan hem gezamenlijk oppakken, daar zal hij van schrikken! Dit gaat ons toch en beetje te ver en we leggen hem uit dat dat in ons land niet gebruikelijk is en dat we vinden dat het oppakken van mensen nu echt een taak van de politie is. De chef is duidelijk teleurgesteld. Maar ook meteen niet meer zo daadkrachtig. Het papier dat er uit ziet als een huiszoekingsbevel en waar hij zojuist ferm zijn handtekening op heeft gezet, hangt nu doelloos in zijn hand. Tja, als we niet willen, wat kan hij dan nog doen? Misschien kunt u de man een ernstige waarschuwing geven, opperen wij, en het dossier naar de rechtbank doorsturen. O ja, het dossier, de chef herinnert het zich nu. Zeker, zeker, hij gaat er werk van maken, we horen nog van hem. Onze vertaler is aanvankelijk nog opgetogen over de belofte van de chef. Maar met elke stap die hem verder van het politiebureau verwijdert, neemt zijn twijfel toe. En dan nog geld betaald ook, moppert hij, voor niets! Hij wil ons echter niet ontmoedigen en staat voor de gerechtigheid. Morgen gaan we naar het hoofdbureau, daar zijn ze veel beter, stelt hij voor. Hij vraagt zich alleen af of de termijn van aangifte doen dan misschien al verstreken is. Wanneer was het gebeurd ? Vorige week vrijdag ? Mary en ik kijken elkaar eens aan. Vorige week vrijdag ? Vrijdag de dertiende ? Maar natuurlijk.

Addis Ababa, 18 december 2002

 
[line]
Copyright © 2000-2008 Stichting Meskerem