[logo]
[line]
Home | Projecten | Nieuwsbrief | Anneke's Stekje | Archief | Contact
[line]
 

Het verhaal van Birara

Hallo, ik ben Birara en ik ga jullie mijn levensverhaal vertellen.

Ik woon in het bergdorp Debark, in het noorden van Ethiopië en ik ben 17 jaar. Toen ik nog een heel klein kind was, werd mijn moeder plotseling erg ziek. Ons gezin was arm, we hadden geen geld om naar de dokter te gaan en er was geen ziekenhuis in de omgeving. Mijn vader en andere familieleden hebben geprobeerd haar op een zelfgemaakte brancard lopend naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis te brengen. Maar het was te ver en onderweg is mijn moeder gestorven. Ik was nog te klein om het te begrijpen. Later trouwde mijn vader met een andere vrouw en toen begreep ik heel goed dat mijn moeder nooit meer terug zou komen.

Met mijn stiefmoeder had ik geen goed contact. Het ging gewoon niet. We waren ook erg arm en hadden vaak niet te eten. Toen ik 10 jaar was ben ik werk gaan zoeken. Ik had gehoord dat je in het leger wel werk kon vinden. Ik dacht dat ik het leger kon vinden door naar het noorden te lopen. Ik heb een paar dagen gelopen, zonder iets te eten en te drinken. Ik sliep buiten onder een boom. Het was koud. Ik was bang voor hyena's en andere wilde dieren, maar gelukkig lieten ze mij met rust. Ik kwam in het dorp Zarima aan en vroeg of daar het leger was. De mensen waren heel aardig voor mij en zeiden dat ik te jong was om te leren vechten en dat ik beter naar Adar Kay kon lopen, want daar was misschien ander werk. Na 3 dagen kwam ik in Adar Kay aan en daar gaven ze me werk als veehoeder. Ik moest de schapen en geiten hoeden en soms ook de koeien. Ik verdiende 10 birr per maand (dat is 1 Euro) en daar moest ik van eten. Ik had vaak honger en bedelde dan om geld.  Sommige mensen waren aardig en gaven mij wat. Mijn vader kwam me een paar keer bezoeken en vroeg me dan om geld. Ik huilde als hij dat deed, maar ik gaf het hem, omdat hij vertelde dat de andere kinderen niet te eten hadden. Na een paar jaar hield mijn werk op. Toen ben ik naar Debark gelopen om een ander baantje te vinden. Ik kende niemand en was erg verlegen. Ik zag andere kinderen die geld verdienden door schoenen te poetsen. Dat ben ik toen ook gaan doen en zo leerde ik de mensen kennen. Ik hoorde dat er in Debark een school was en daar wilde ik naar toe. Ik hoefde niet te betalen voor school, dus ik ging zo vaak als ik kon. Als ik geen geld had om te eten kon ik niet naar school en ging ik schoenen poetsen.

Mijn vader kwam nu ook naar Debark en vond werk als sjouwer. Hij werd daar heel sterk van, hij kon een paar kilometer lopen met 100 kilo op zijn rug. Mijn vader probeerde met zijn eigen verdiende geld de andere kinderen te onderhouden.

Door schoenen te poetsen kreeg ik een paar vrienden. Zij waren ook schoenenpoetsers en leefden net als ik op straat. We kenden de eigenaar van een hotelletje in Debark en toen mochten we daar komen om de schoenen van toeristen te poetsen. Dat wilden we graag, want de toeristen hadden meer geld en betaalden meer dan de Ethiopiërs. Ook gaven ze ons wel eens een T-shirt of schoenen.

Op een dag leerden we een vrouw uit Holland kennen, die zei dat ze misschien iets voor ons kon doen. Dat is gelukt, want nu woon ik met 10 andere jongens in een huis. We slapen in een bed en dat is heel zacht en warm. We zijn erg blij, want we krijgen elke dag eten en we kunnen altijd naar school. Ook hebben we goede kleren en schoenen. Nu kunnen we voetballen na school en hoeven we geen schoenen meer te poetsen.

Mijn vader is op bezoek geweest en was heel trots op mij. Ik hoop dat ik later veel geld kan verdienen, zodat ik mijn familie kan helpen.

 
[line]
Copyright © 2000-2008 Stichting Meskerem