[logo]
[line]
Home | VGV | Projecten | Nieuwsbrief | Donaties | Anneke's Stekje | Archief | Gastenboek | Privacy | Contact
[line]
 

Bezoek aan de Suri

ook wel bekend als de Surma.

Een impressie van een drieweekse reis naar het zuiden van Ethiopië in het kader van vijf jaar Meskerem.

Eindelijk was het dan zo ver. Twee jaar geleden was Anneke v.d. Heijden op de Meskerem dag met het voorstel gekomen om voor de donateurs een kennismakingsreis naar Ethiopië te organiseren. De kosten waren voor de donateurs zelf, de kennis, de liefde en het enthousiasme voor het land kregen ze er van Anneke gratis bij en dit laatste maakte de reis extra bijzonder.

Bezoek aan onze projecten, de ontmoeting met de zuidelijke stammen, de verscheidenheid aan natuur, kortom, het was een ervaring die zijn weerga niet kent.

Op zo'n reis beleef je erg veel en doe je ongelooflijk veel indrukken op. Het is dan ook moeilijk om dit in het kort samen te vatten. In dit verhaal wil ik jullie meenemen naar de Suri, een nomadenstam. Eén van de meest geïsoleerde stammen van Ethiopië, die in de Omovallei wonen, ten westen van de Omorivier tegen de grens met Sudan, in een gebied waar landcruisers onontbeerlijk zijn.

We kamperen in de buurt van een kleine missiepost, waar twee Amerikanen de scepter zwaaien. We krijgen een door struiken afgebakend stuk grond toegewezen, grenzend aan het leefgebied van de Suri. Bij het opzetten van de tenten maken we voor het eerst kennis met hen. Voor de ingang van onze kampeerplek worden we door een aantal volwassenen en kinderen nieuwsgierig opgenomen. Zodra ze één voet op het campingterrein zetten worden ze door onze gewapende bewakers weggestuurd. Die bewakers hebben we bij de politiepost verplicht moeten huren. Een voorzorgsmaatregel van de regering om de faranji 's, zoals 'vreemdelingen' in Ethiopië worden genoemd, te beschermen tegen al het kwaad wat ze op hun weg tegen zouden kunnen komen, van wilde dieren tot primitieve stammen. Zodra we ons buiten de kampeerplek begeven komen de eerste mensen al op ons af. Ze maken op ons een zeer vriendelijke indruk en zijn net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Hier zien we de eerste lipschotels, de grote ronde schotels van klei die de vrouwen in hun onderlip dragen. Op huwbare leeftijd krijgt een meisje een inkeping in de onderlip. Door er steeds grotere ronde voorwerpen in te doen, wordt het gat in de lip steeds meer uitgerekt. Vroeger werd deze schotel waarschijnlijk aangebracht om de vrouwen te beschermen tegen de slavenhandel of om ontvoering tegen te gaan door mannen van andere stammen. Door ze te verminken hoopte men dat de vrouwen niet mee werden genomen. Nu is het een statussymbool, hoe groter de schotel des te meer koeien de man aan de familie van de vrouw als bruidschat moet betalen.

[Surivrouw met lipschotel]
Surivrouw met lipschotel

We maken kennis met een Duitse vrouw die binnen de missiepost de kinderen van de Suri de Amhaarse taal leert. Een behoorlijke klus als je bedenkt dat zij naast het Amhaars, de voertaal van Ethiopië, zich ook de taal van de Suri eigen moet maken om de kinderen les te kunnen geven. Onder een afdakje prijkt het Amhaarse alfabet op een groot bord. Diep onder de indruk zijn de kinderen van de schoolschriftjes die één van de groepsgenoten aan de Duitse vrouw geeft voor het schooltje. Goed schoolmateriaal kennen ze amper.
We beleven deze dagen veel.

[Suri Vrouw]
Suri Vrouw
[Suri Kinderen]
Suri Kinderen

We zien het traditionele bloed drinken. Vooral in het droge seizoen wanneer er weinig eten is, drinken de herders melk en bloed van de koe ter vervanging van een maaltijd. Ook wonen we een kerkdienst bij en een Donga, het traditionele stokgevecht. Deze laatste twee spectaculaire ervaringen zal ik proberen in het kort weer te geven.

De kerkdienst

Een typische Afrikaanse kerk, een grote hut. Binnenin eenvoudige houten banken , een altaar en een simpel kruis. Als we binnenkomen worden we onthaald door gitaarmuziek en een monotoon gezang. Er zijn nog maar weinig mensen aanwezig. Wanneer de dienst in volle gang is stromen er steeds meer mensen binnen. Niemand stoort zich hieraan. Het is een mengelmoes van verschillende bevolkingsgroepen. Een aantal Amhaarse mensen, waarschijnlijk in dienst van de missiepost, zijn gekleed in mooie gekleurde doeken. Hun kinderen, vooral de meisjes, dragen besmettelijke witte jurkjes van kant. Daarnaast de stoere Suri-krijgers, sommigen met hun kalashnikov op hun schouder en moeders met baby's aan de borst. Af en toe een huilende dreumes die aan zijn moeder ontsnapt, zelf op onderzoek uit gaat in de kerk en door een ouder broertje of zusje weer terug wordt gebracht. Kortom, je komt ogen te kort. De lange preek wordt afgewisseld met gezang, begeleid door gitaarmuziek. Tussendoor probeert de Duitse vrouw die bij ons op de bank zit, stukjes van de preek voor ons te vertalen. Dit kan niet voorkomen dat de meeste van ons, waaronder ikzelf, moeite hebben om onze ogen open te houden, de warmte van de zon en de vermoeidheid van de rijdagen eisen hun tol.
De voorganger zet met drukke armgebaren en uitroepen zijn verhaal kracht bij. Als je niet weet waar het over gaat lijkt het net of hij hel en verdoemenis aan het prediken is. Later blijkt dat het niet alleen om zieltjes winnen gaat maar dat men meteen van de gelegenheid gebruikt maakt om o.a. aids-preventie te bevorderen. De preek wordt in verschillende talen vertaald zodat de boodschap voor iedereen duidelijk is. Er hangt een gemoedelijke, open sfeer waarbij je totaal niet het gevoel krijgt dat de mensen gedwongen worden om de kerk te bezoeken. Het is eerder een ontmoetingsplek waar iedereen welkom is. De afwezigheid van een deur in de kerk, waardoor iedereen gemakkelijk in en uit kan lopen, bevestigt dit nog eens.

De Donga

De Donga is een ritueel stokgevecht dat de Suri al duizenden jaren toepassen om zichzelf tegen andere stammen te verdedigen. Daarnaast worden er ook stokgevechten gehouden bij traditionele bijeenkomsten. Hier kunnen de mannen aan de Suri vrouwen laten zien hoe sterk en dapper ze zijn.

Omringd door kinderen en volwassenen worden wij naar een open plek buiten het dorp gebracht. Op het moment dat we arriveren horen we al in de verte het monotone gezang van de Suri, die uit de verschillende dorpen in de omgeving toestromen. De krijgers, de meesten naakt, versierd met prachtige patronen van witte klei op hun lichaam en geaccentueerd door fel gekleurde dunne doeken, zien er indrukwekkend uit wanneer ze met hun stokken in de lucht zingend komen aangesneld. De vrouwen, ook prachtig versierd met gekleurde doeken en hun hoofden beschilderd met figuren van witte klei, doen voor de mannen niet onder. Eén van de mannen wordt op een soort draagbaar rondgedragen en omringd door de joelende krijgers. Hij blijkt de winnaar van het vorige gevecht te zijn. Dan komen de twee groepen krijgers tegenover elkaar te staan en kan het stokgevecht beginnen. Om beurten wordt er door twee mannen een gevecht gehouden. Tussendoor groeperen de twee groepen krijgers zich weer en dagen elkaar uit door naar elkaar toe of van elkaar af te lopen onder het uiten van een monotoon gebrom. Het gaat er soms hard aan toe in het gevecht en om die reden dragen veel krijgers als bescherming stukken leer of ander materiaal om hun kwetsbare lichaamsdelen zoals scheenbenen en handen te beschermen. Gezien het fanatieke karakter van het spel is dit geen overbodige luxe. Halverwege wordt er een pauze ingelast. We krijgen bezoek van de stamoudste die ons welkom heet en die zowel de krijgers als ons toespreekt.
De moraal van wat hij vertelt is dat de Suri al duizenden jaren leven volgens hun eigen normen. Het stokgevecht is daar altijd een belangrijk onderdeel van geweest. Het is bedoelt als verdediging, sport en ook vooral als een gelegenheid om elkaar te kunnen ontmoeten. Hij legt uit dat de Suri en wij erg verschillen qua achtergrond. Hij heeft ons uitgenodigd om samen met de Suri het stokgevecht te beleven. Een belangrijk moment om elkaar te ontmoeten bij deze oude riten, waarbij zij een stukje van hun cultuur aan ons kunnen laten zien. Voor ons een eer om dat met hen te mogen delen. Na het stokgevecht lopen we omringd door de Suri zingend terug naar onze kampeerplaats. Even zijn we één van hen. Maar, terug bij onze tent, is de betovering al snel verbroken. Wij aan de ene kant van de omheining en de Suri aan de ander kant. Twee volkeren, twee zo verschillende culturen, zo ver van elkaar maar voor een korte tijd zo dicht bij elkaar. Een bijzonder moment, voorgoed vastgelegd in mijn geheugen.

[Stamoudste bij het stokgevecht]
Stamoudste bij het stokgevecht

[Mannen bij het stokgevecht]
Mannen bij het stokgevecht

[Winnaar van vorige stokgevecht]
Winnaar van vorige stokgevecht

 

Anke Steens

 
[line]
Copyright © 2000-2008 Stichting Meskerem