[logo]
[line]
  Home  | Projecten  | Nieuwsbrief  | Anneke's Stekje  | Archief  | Contact  
[line]
     

 

 

 

 

Terugblik op 8 jaar Meskerem

Afscheidspraatje van Anneke van der Heijden op de Meskeremdag 12 april 2008

Het idee om een stichting op te zetten is ontstaan vanuit het reizen. We hadden veel door Afrika getrokken en kwamen uiteindelijk ook in Ethiopië. We waren erg onder de indruk van het land, de mensen,  hun levenskunst, maar waren ook geraakt door de extreme armoede. We wilden, kort gezegd, met de stichting bijdragen aan betere levensomstandigheden, waarbij de focus vooral op kinderen lag. We noemden de stichting Meskerem, nieuw begin, een toepasselijke naam voor het doel dat we nastreefden.
Als ik terugkijk, is het mooi om te zien hoe we met niets zijn begonnen, behalve dat idee en hoe dat idee is uitgegroeid tot een stichting met een aantal grote en kleine projecten, een enorm netwerk en een groep trouwe donateurs. Het is gegaan als een steentje dat je in het water gooit, de kringen waaierden steeds verder uit.
In 8 jaar is er veel gebeurd, we hebben mooie dingen tot stand gebracht, het land, de mensen, de cultuur  en de politiek goed leren kennen en ook onze teleurstellingen gehad. Herinneringen zijn er in overvloed! Ik wil jullie vandaag op onze laatste Meskeremdag een korte impressie geven van de achter ons liggende periode.

Met mensen van AMDO, een Ethiopische stichting die we jaren hebben ondersteund met o.a. geld voor scholenbouw, waren we op weg naar Darghe, een klein dorp in zuidwest Ethiopië. We gingen kijken naar de vorderingen van de bouw van waterputten, waar we veel geld voor gekregen hadden. Er waren ook twee bestuursleden uit Nederland mee. Het was regentijd en de weg naar Darghe bestond uit een meter diep blubberspoor. Normaal gesproken zou je daar niet doorheen gaan, maar wij moesten wel, want we hadden foto’s nodig voor de sponsor in Nederland. We doopten ons eenvoudige autootje Queeny, in de hoop dat dit zou helpen door de blubber te komen.
Queeny heeft het gered, wij ook. We hadden onze foto’s en moesten dezelfde weg weer terug…. Queeny heeft het toen te zwaar gehad en stortte in. Zij had wat nieuwe onderdelen nodig, maar kom daar maar eens aan in the middle of nowhere. We waren dus aangewezen op de inventiviteit van de Ethiopiërs en dat is gelukkig van een hoog niveau. Uiteindelijk bereikten we midden in de nacht Addis Ababa, waar we bij de stadsgrens werden aangehouden, want een auto zo laat nog op straat is erg verdacht. Bovendien reden we op een traject dat berucht is vanwege illegale handel in chat, een verdovend middel. We mochten doorrijden vanwege ons witte gezicht, soms heeft dat voordelen. 

Het hebben van een wit gezicht heeft ook vaak nadelen. Voor de Ethiopiërs zijn wij de “farangi”. Dit is het eerste woord Amhaars dat je leert, omdat iedereen op straat je daarmee aanspreekt. De beeldvorming over ons, farangi is zeer romantisch. Wij zijn allemaal heel erg rijk en hebben nooit problemen. We komen als vanzelf aan ons geld, dus kunnen dat ook makkelijk weggeven. Het was voor mij vaak moeilijk om hiermee om te gaan, zeker als je niet aan alle hulpvragen kunt voldoen. De noden van de mensen in Ethiopië zijn zo veelomvattend en het vragen om hulp is eindeloos. Ik heb vooral moeten leren om goed af te bakenen wat wel en wat niet kon en tevreden te zijn met de beroemde druppel op de gloeiende plaat.

Het weeshuis van Zawditu Meshesha in Addis Ababa met 58 kinderen hebben we door middel van het Studiefonds jarenlang gesteund. Met eten, kleding, schoolkosten, in feite alle basisbehoeften. Daarnaast met allerlei andere, ook inkomengenererende, projecten.Veel mensen uit Nederland, oa. vrienden en reisgroepen, hebben het weeshuis bezocht en de kinderen ontwikkelden zich tot ware ontvangstkunstenaars. De ontvangst van ”oma”, een vrouw op leeftijd die met haar 2 kleinzoons naar Ethiopië kwam, was misschien wel het allermooist. De kinderen hadden zich op de trappen voor het huis opgesteld, in hun mooiste kleren, met tekeningen en bordjes met “welcome oma”, en zongen prachtige liedjes, met kaarsen in hun hand. Zo geweldig vonden ze het dat oma, een vrouw van in de tachtig, hun bezocht. Oma was in tranen, de kinderen ook en er ontstond een mooi contact.
Voor de kinderen was de aandacht van mensen uit Nederland, ontzettend belangrijk. We zochten soms naar iets extra’s voor hen, zeker in de lange zomervakanties.
We hebben verschillende vrijwilligers uit Nederland gehad, die de kinderen o.a. leerden naaien, tekenen en schilderen. Voor beide partijen waren dat fantastische tijden. Het Circus Ethiopia, een circus van kinderacrobaten, heeft een optreden weggegeven op het terrein van het weeshuis, wat een absolute topper was.
Onze jarenlange goede samenwerking met het weeshuis eindigde vrij abrupt door een vertrouwensbreuk met de Ethiopische leiding van het huis.
Dat we hierdoor onze steun moesten stopzetten en de kinderen moesten achterlaten, was voor ons heel moeilijk en een grote teleurstelling.

Dat we iets wilden bijdragen aan opbouw, dat wisten we, maar dat we ook zelf gingen bouwen, dat hadden we niet kunnen bedenken.
Het bouwen van de Millenniumschool in Debark, samen met Ethiopiërs en een groep enthousiaste Nederlanders, was een bijzondere gebeurtenis. Met enorm veel energie bouwden we in korte tijd 4 lokalen en leerden we metselen, voegen, cement maken en vooral ook hoeveel kilo stenen we op een zelfgemaakt draagbaartje konden vervoeren. Alles ging handmatig en we keken soms met verbazing naar de halsbrekende toeren die de Ethiopische bouwvakkers uithaalden. Geen Arbo-wet, verzuchtten we dan.
De Ethiopiërs op hun beurt keken met verbazing naar ons, ze hadden nooit verwacht dat farangi met hun handen konden werken, farangi zijn toch rijk?
Elke avond werd er door de groep tijdens het eten een “new idea” gelanceerd en veel werden er ook uitgevoerd. Een hardloopwedstrijd zette het hele dorp op z’n kop, schoolkinderen liepen trots rond met armbandjes die ze met de farangi hadden gemaakt. Alle scholen van het dorp werden bezocht en dat liep uit op weer een nieuw project: schoolbankjes voor de Michaelschool.
Toen het afscheid naderde waren we één grote bouwfamilie geworden en verrasten de Ethiopiërs ons met het uitreiken van een heus bouwvakkerdiploma….

Een goed voorbeeld van de kracht en doorzettingsvermogen van de Ethiopiërs is Addis Alem en haar grote gezin met zoveel pleegkinderen. Hoe zij de moed erin wist te houden in een situatie waar gebrek was aan alles, is een wonder. De hulp die nu gestart is, geeft iedereen veel vertrouwen in de toekomst.

Overlevers waren ook de jongens van het Manasebosh huis. Hun leven op straat veranderde in korte tijd ingrijpend naar een leven met veiligheid, eten, kleding en aandacht. Maar ook hebben ze opeens te maken met regels en structuur en eisen die aan hen gesteld worden. Ze hebben het in de afgelopen 2 jaar goed gedaan en zullen de extra steun en aandacht nog een paar jaar nodig hebben.

De vaste donateurs vormden de basis van het geld dat bij Meskerem binnen kwam. Van deze opbrengsten financierden we onze langlopende projecten. Daarnaast hebben we ook geld gekregen van andere stichtingen, grote en kleine.
Wat voor ons ook heel hartverwarmend is geweest, waren de acties die mensen hebben ondernomen om geld voor Meskerem binnen te halen. Dit zijn er veel geweest. Mensen hebben voor ons hardgelopen, gefietst, spullen verkocht, geld ingezameld op feestjes. Heel wat scholen hebben de meest uiteenlopende acties voor ons gehouden. Daar ging altijd een voorlichting over Ethiopië en Meskerem aan vooraf. Vooral kleine kinderen waren onder de indruk van de verhalen. Dat je in Ethiopië  met je handen mocht eten, moest eten zelfs, dat wilden zij ook! Vervolgens hadden ze een goede oplossing bedacht om de armoede te bestrijden: “we geven ze servetten!”

Behalve acties die geld opleverden, waren er ook acties die spullen opleverden. Via een tv- programma, waarin een meisje een oproep had gedaan, kregen we honderden kilo’s schoolspullen. Onze huizen hebben vaak volgestaan met dozen kleding, schoenen, verbandmiddelen, schoolmateriaal, speelgoed, kappersspullen, boeken, noem maar op! Duizenden kilo’s goederen hebben de afgelopen jaren hun weg gevonden naar Ethiopie, al was het vaak niet makkelijk om het vervoer geregeld te krijgen. Het moest met een vlucht mee.Om vervolgens als vrouw met 30 scheerapparaten door de douane te komen, heb je iets uit te leggen….Eén van de starters, een kapper, was er blij mee en kon ze goed gebruiken.

We hebben verschillende microkredieten verstrekt aan starters, jongeren die daarmee een eigen bedrijfje konden beginnen, of eerst een daarvoor noodzakelijke opleiding konden volgen. Ze begonnen bv. een restaurant, een kapsalon of een winkeltje. De starters zijn allemaal heel enthousiast begonnen, maar hadden het, vooral ten gevolge van de politieke situatie en de extreme prijsstijgingen, niet makkelijk. De helft heeft succes kunnen boeken, maar de anderen konden hun hoofd niet boven water houden en moesten helaas stoppen.

Voor de Ethiopiërs is het moeilijk voor te stellen dat in een land dat zo ver weg is en waarvan ze vaak nog nooit gehoord hebben, mensen wonen die bereid zijn hen te steunen. Ook kunnen ze zich geen idee vormen van het werk dat hier nodig is om fondsen te krijgen. Mede daarom was het zo leuk dat er verschillende bestuursleden van Meskerem op bezoek zijn geweest en alle projecten hebben bezocht. Dit was voor de mensen van de projecten een eervolle gebeurtenis en het leverde veel gesprekstof op. Voor de bestuursleden werden de projecten tastbaar en voor mij waren hun bezoeken, behalve gezellig, ook heel verbindend.

Het bezig zijn met het werk voor de stichting werd op den duur een werkwoord: we gingen meskeremmen… En we noemden elkaar in de e-mails Meskeremmers….
Aan het meskeremmen komt binnenkort een eind. Gaan we het missen? Dat weten we nog niet, maar we weten wel dat elk einde weer een kans biedt voor een nieuw begin!

 

 
     
[line]